Boudewijn van België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Icoontje doorverwijspagina Zie Boudewijn van België (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Boudewijn van België.
Boudewijn
1930–1993
Boudewijn in 1969
Boudewijn in 1969
Koning der Belgen
Periode 1951–1993
Voorganger Leopold III
Opvolger Albert II
Vader Leopold III
Moeder Astrid van Zweden
Dynastie België
Coat of Arms of the King of the Belgians (1921).svg
Wapen als koning van België

Boudewijn Albert Karel Leopold Axel Marie Gustaaf (Brussel, 7 september 1930Playa Granada, Motril, 31 juli 1993), Hertog van Brabant (1934–1950), Graaf van Henegouwen (1930–1934), Prins van België, regeerde in de periode 1950-1951 als koninklijk prins en van 1951 tot 1993 als koning der Belgen.

Biografie

Jeugd

Prins Boudewijn werd geboren in het kasteel van Stuyvenberg, bij Brussel, op 7 september 1930. Hij was het tweede kind van prins Leopold, vanaf 1934 koning der Belgen, en prinses Astrid, geboren prinses van Zweden. Hij werd genoemd naar prins Boudewijn, de oudste zoon van prins Filips, graaf van Vlaanderen. Hij kwam na zijn vader als eerste in de lijn voor de troonopvolging. De Belgische Grondwet stond in die tijd immers nog niet toe dat vrouwen de Belgische troon zouden bestijgen. Boudewijns oudere zus Josephine Charlotte kwam met andere woorden niet in aanmerking. Daarom was Boudewijn, als eerste mannelijke nakomeling, de troonopvolger.

Op vijfjarige leeftijd verloor Boudewijn zijn moeder Astrid door een auto-ongeval. Hij groeide op onder de vleugels van zijn zus die hij en zijn jongere broer Albert Joe noemde. Ook bij zijn grootmoeder, prinses Ingeborg van Denemarken, vond hij veel liefde. De kleine prins was lid van de scouts. Hij had zijn eigen kameraadjes die speciaal voor hem naar het kasteel van Laken kwamen. Zijn totemnaam was Trouwe Eland.

De Koningskwestie en abdicatie van Leopold III

De grondwettelijke macht van de Belgische koning ging bij erfopvolging over op het natuurlijke en wettige nakomelingschap, toen nog in rechte lijn van man op man en volgens het eerstgeboorterecht, zoals vastgelegd door de Salische Wet. Sinds 1991 geldt die wet niet meer en wordt aan de eerstgeborene, ongeacht het geslacht, de erfopvolging toegekend. Bij de troonsbestijging van zijn vader op 23 februari 1934, nam Boudewijn de titel Hertog van Brabant aan. Deze titel is traditioneel weggelegd voor de troonopvolger.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bracht Leopold III zijn kinderen eerst onder in Frankrijk en later in Spanje. Zelf bleef hij in België, als krijgsgevangene in Laken. De koning wilde in deze oorlog de rol spelen die zijn vader in de Eerste Wereldoorlog ook had gespeeld. Deze mogelijkheid werd echter doorkruist door de snelle capitulatie van het Belgische leger op 28 mei 1940.

Ondanks aandringen van de Regering-Pierlot III bleef Leopold III in België. Hij liet ook zijn kinderen terugkomen. In eerste instantie was zijn beslissing populair. De koning vluchtte niet, maar leefde mee met zijn volk, heette het. Toen Leopold hertrouwde, kwamen vele Belgen tot de conclusie dat de koning niet op dezelfde manier onder de bezetting gebukt ging als zij. Zijn voorstellen aan Adolf Hitler om hem zijn staatkundige rol terug te geven, zetten kwaad bloed.

De koning, met Boudewijn en de andere gezinsleden, werd op 7 juni 1944, daags na de geallieerde landing in Normandië, door de bezetter gedeporteerd naar nazi-Duitsland en vervolgens naar Oostenrijk. Na de val van de nazi's verbleef de koninklijke familie in vrijwillige ballingschap in Prégny, Zwitserland.

Na veel redetwisten leken de Belgen bereid hun koning weer te ontvangen. Om weerstand weg te nemen zou over de koningskwestie besloten worden door middel van een volksraadpleging, die doorging op 13 maart 1950. De koning won het pleit, met 57% van de stemmen voor een terugkeer, vooral dankzij een meerderheid in Vlaanderen. Waalse arbeiders wilden zich echter niet onder het bewind van de eerste collaborateur neerleggen; stakingen en demonstraties werden georganiseerd. Er dreigde zelfs een burgeroorlog.

Prins Boudewijn studeerde inmiddels in Genève en verbreedde zijn horizon met een reis door Amerika. Na hevige rellen in Grâce-Berleur op 30 juli 1950, waarbij drie doden vielen, werd Leopold III op 1 augustus ertoe gedwongen zijn functies over te dragen aan Boudewijn en toe te stemmen om een jaar later, bij de meerderjarigheid van de prins, troonsafstand te doen. Op 11 augustus 1950 legde Boudewijn de eed af en nam de koninklijke bevoegdheden over onder de naam van Koninklijke Prins. Op 16 juli 1951 tekende Leopold zijn troonsafstand, en een dag later legde Boudewijn de eed af als vijfde koning der Belgen. Boudewijn beloofde hierbij voor de verenigde Kamers om de Grondwet en de wetten van het Belgische volk te respecteren. Tijdens deze plechtigheid riep iemand « Vive la République ! ». Deze kreet werd toegeschreven aan de communistische voorman Julien Lahaut. Lahaut werd zeven dagen later in diens eigen huis vermoord. De Belgen accepteerden de Boudewijn als staatshoofd, terwijl de verbitterde Leopold III achter de schermen nog veel invloed behield.

Huwelijk

Koning Boudewijn en koningin Fabiola wonen in 1961 de halve finale van de Europacup I tussen FC Barcelona en HSV bij. De wedstrijd vond plaats in het Heizelstadion, dat later werd omgevormd tot het Koning Boudewijnstadion.

Op 15 december 1960 trouwde Boudewijn met de Spaanse gravin Fabiola de Mora y Aragón. Hun huwelijk bleef kinderloos. Koningin Fabiola raakte tot vijfmaal toe zwanger, een eerste maal in 1961. Het nieuws werd bekendgemaakt door paus Johannes XXIII, maar na een aantal weken eindigde de zwangerschap. Ook in 1962 en 1963 werd ze zwanger, maar telkens liep het fout af. Nadat behandelend gynaecoloog Albea kon bevestigen dat een nieuwe zwangerschap waarschijnlijk geen ernstig gezondheidsrisico zou betekenen, is koningin Fabiola nog tweemaal in verwachting geweest. Na haar laatste zwangerschap, die een buitenbaarmoederlijke bleek te zijn, gaf het echtpaar de hoop op. Het leven van koningin Fabiola zelf zou op haar leeftijd in gevaar komen bij een nieuwe poging. Beiden berustten in hun lot en beschouwden dit als een kans om "meer van alle kinderen te kunnen houden".

Overlijden

1rightarrow blue.svg Zie Dood van koning Boudewijn voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Koning Boudewijn overleed op 31 juli 1993 in zijn buitenverblijf in Playa Granada, Motril in Spanje en werd, omdat zijn huwelijk kinderloos bleef, opgevolgd door zijn jongere broer Albert, die aldus koning Albert II der Belgen werd.

Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in de crypte van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken.

Tijdens de begrafenisplechtigheid besloot kardinaal Danneels zijn homilie met wat sommigen (enigszins voorbarig) als een oproep tot zaligverklaring van de overleden vorst beschouwden.[1] De kardinaal ontkende dat dit zijn bedoeling was geweest.

De regering van Boudewijn

Politieke invloed

Koninklijk monogram van koning Boudewijn.

De rol van de koning in de Belgische parlementaire democratie is omschreven in de grondwet. Dit omvat onder meer het recht om te worden geïnformeerd, om te waarschuwen en om te bemoedigen. Boudewijn kweet zich gedurende zijn lange koningschap plichtsbewust en kordaat van deze taak. Hij kon aldus invloed laten gelden op het politieke gebeuren, onder meer bij de vorming van een nieuwe regering.

Hij zou in 1977 geweigerd hebben VU- parlementariër Frans Baert, een over partij- én taalgrenzen heen gewaardeerd jurist, te benoemen tot federaal minister voor Justitie.[2] Hij zou ook geweigerd hebben een politica tot staatssecretaris te benoemen zolang ze met haar vriend samenwoonde. Voor deze tussenkomsten zijn geen bewijzen voorhanden en behoren ze tot het domein van de geruchten.

De koning riep de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande op het matje, die vlak na de goedkeuring van het Sint-Michielsakkoord pleitte voor een volgende stap in het herschikken van het Belgisch staatsbestel: het confederalisme. Boudewijn dwong ook de toenmalige vicepremier Hugo Schiltz in 1988 zich publiek te verontschuldigen nadat hij zich had laten ontvallen dat België op een dag niet meer het probleem van de Vlamingen zou zijn.

De staatshervorming

Tijdens de regering van Boudewijn laaiden de communautaire twisten tussen de Vlamingen en de Walen op. De problemen tussen de bevolkingsgroepen bedreigden het goed functioneren van het land. Volgens steeds meer Belgen was de omvorming van België tot een federale staat noodzakelijk en had de unitaire eenheidsstaat zijn langste tijd gehad.

Tegen de zin van de koning in ging het parlement in 1970 akkoord met een grondwetswijziging die enkele bevoegdheden decentraliseerde naar de nieuw opgerichte gemeenschappen en uitvoeringsorganen. In 1980 werden de gewesten en gemeenschappen opgericht en vastgelegd in artikel 104 quater. In 1988 en 1993 werden door grondwetswijzigingen meer bevoegdheden overgedragen aan deze gewesten. Deze laatste grondwetswijziging maakte van België een federale staat. Daar de spanningen afnamen tijdens de jaren 1980 bekeerde de koning zich ook tot het federalistische gedachtegoed.

Op 21 juli 1993 sprak Boudewijn zijn lof uit over de federalisatie en spoorde hij de verschillende bevolkingsgroepen aan "in eenheid en verscheidenheid samen te leven". Deze toespraak zou zijn politieke testament worden, zo beschreef premier Jean-Luc Dehaene in zijn toespraak naar aanleiding van het overlijden van Boudewijn.

Sociale bewogenheid en geloof

In het begin van zijn regering was de jonge koning zeer onzeker: de koningskwestie had Boudewijn niet onberoerd gelaten. Aan de eerste jaren van zijn koningschap is zijn bijnaam "le roi triste" gekoppeld. Aanvankelijk stond hij nog onder invloed van zijn vader en stiefmoeder. Overigens woonden ze tot aan het huwelijk in 1960 nog samen in het Kasteel van Laken. Na zijn huwelijk met Fabiola bloeide hij open, terwijl Leopold en Lilian verhuisden naar Kasteel van Argenteuil, buiten Brussel.

Boudewijn en Fabiola werden zich ervan bewust dat ook sociale vraagstukken bijdroegen tot spanningen tussen de bevolkingsgroepen. In 1976 werd ter gelegenheid van de 25e verjaardag van zijn koningschap de Koning Boudewijnstichting opgericht, met als doel het oplossen van sociale problemen. In 2008 is de Stichting Europees georiënteerd met programma's op de Balkan, meer bepaald voor ondersteuning van slachtoffers van de mensenhandel.

Later reisde Boudewijn vaker door het land dan voorheen en liet zijn belangstelling voor het wel en wee van de bevolking blijken bij plaatselijke rampen. Ook bracht de koning de problematiek van de mensenhandel en meer in het bijzonder de vrouwenhandel op het publieke forum door zijn bezoek in 1992 aan het Antwerpse Payoke, een vluchthuis voor prostituees en slachtoffers van mensenhandel. Naderhand onderhield de koning voortdurend contact met slachtofferorganisaties. Door Boudewijns bewogenheid op dit terrein kwam er meer gericht beleid en hulpverlening op gang.

Boudewijn en Fabiola stonden bekend als gelovige mensen. Het koningspaar werd sterk beïnvloed door de charismatische beweging op aansturen van kardinaal Leo Suenens. Volgens toenmalig CD&V-senator Pol Van Den Driessche hield het koningspaar een rechtlijnige visie aan in verband met morele gedragsregels.

Abortuswet

1rightarrow blue.svg Zie Mini-koningskwestie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 3 april 1990 weigerde Boudewijn, die zich beriep op gewetensproblemen, de abortuswet te bekrachtigen. Hij verzocht vervolgens de regering om een rechtsgeldige oplossing aan te brengen voor dit probleem. Eerste minister Wilfried Martens redeneerde vervolgens dat de koning zich in de "feitelijke onmogelijkheid om te regeren" bevond, zodat in Raad verenigde Ministers, conform de Belgische Grondwet, de wet zelf kon ondertekenen. Hiervoor werd Boudewijn voor 36 uur van zijn functie 'ontheven'.[3] Deze affaire wordt soms aangeduid als de mini-koningskwestie, een verwijzing naar de Koningskwestie.

Belgisch-Congo

Koning Boudewijn kreeg in de eerste tien jaar van zijn bewind veel met Belgisch-Congo te maken. Aanvankelijk leek alles goed te gaan. In 1955 maakte de vorst zelfs een heuse Congo-reis, en werd er enthousiast ontvangen door de Congolese bevolking. Maar al spoedig ontstonden de eerste politieke bewegingen onder de bevolking. Patrice Lumumba was de voornaamste onder de politiek activisten. Hij stond een Congo voor als eenheidsstaat, waarin geen plaats zou zijn voor tegenstellingen tussen verschillende volkeren. Hij wist deze boodschap zo overtuigend te brengen dat zijn aanhang snel groeide. De kolonisten sloeg de schrik om het hart. Na rellen in Leopoldstad in januari 1959 besloot België Congo snel te dekoloniseren, in de lijn van het versneld onafhankelijk verklaren van Engelse en Franse kolonies.

De toen zogenoemde tiende Belgische provincie Belgisch-Congo werd op 30 juni 1960 omgevormd tot de onafhankelijke republiek Congo. Ongeregeldheden, onder meer bij de krijgsmacht, lieten niet lang op zich wachten en resulteerden in een massale terugkeer naar België van de blanke bevolking. Lumumba en andere leiders werden in het tumult na enkele weken onafhankelijkheid gevangengenomen door muitende militairen en onder onduidelijke omstandigheden vermoord, waarschijnlijk met westerse steun.

De naam van Boudewijn werd hier, weliswaar zonder ernstige aanwijzingen, ook in genoemd en waarschijnlijk is de voor de vroegere kolonisator beledigende toespraak die Lumumba gaf bij de onafhankelijkheidsplechtigheid hier niet vreemd aan. Na de onafhankelijkheid volgde Boudewijn van nabij de evoluties in Congo en ondernam pogingen om met de Congolese gezagdragers, onder meer met Mobutu Sese Seko, alsook met de presidenten van Rwanda en Burundi, goede relaties te onderhouden. De relatie met Mobutu bekoelde echter in de jaren 1980 en 1990. Op de begrafenis van de koning werden twee staatshoofden niet uitgenodigd: Saddam Hoessein van Irak en Mobutu.

Kritiek

Boudewijn was een geliefd vorst, maar niet onomstreden. De eerste twijfels rezen bij zijn troonsbestijging in 1951, toen sommigen de jonge koning van nauwelijks twintig jaar oud niet in staat achtten om het land te regeren na zo'n intense crisis als de Belgische Koningskwestie. Wegens zijn diepreligieuze levenshouding lanceerden sommigen het beeld van een strenge en preutse Boudewijn. Maar de ergste aantijgingen werden geuit omtrent de dood van Patrice Lumumba, de eerste -radicale- premier van het pas onafhankelijke Congo, die vermoord zou zijn met medeweten of zelfs in opdracht van de koning. Deze ernstige aantijgingen zijn nooit bewezen, maar evenmin ernstig onderzocht. De religieuze gevoelens van de vorst speelden hem ook postuum parten, toen hij in zijn testament bepaalde dat de kloostercongregatie van Monialen van de Monastieke Familie van Betlehem, Maria Ten-Hemel-Opgenomen en de Heilige Bruno een gedeelte van het koninklijk domein in Opgrimbie mocht gebruiken om er een klooster te bouwen, hoewel dit niet kon volgens de bestemming die dit gebied gekregen had op het gewestplan. In 1994 lokte het verlenen van de bouwvergunning voor dit klooster door de hoogste magistraat van de Dienst Stedenbouw hevig protest uit vanuit groene, later ook uit vrijzinnige en Vlaams-nationalistische hoek. Openlijke politieke weerstand ondervond hij tijdens zijn leven enkel over de abortuskwestie.

Tijdens reizen naar Motril in het zuiden van Spanje is hij met Fabiola meer dan eens bij de Spaanse dictator Francisco Franco op bezoek geweest.

Nalatenschap en politieke erfenis

Men is het er algemeen over eens dat Boudewijn zijn taak plichtbewust en op voortreffelijke wijze heeft vervuld. Ongeveer alle politici die met hem veelvuldig in aanraking kwamen beamen dit.

Tijdens de meer dan veertig jaar van zijn regering zijn bepaalde evoluties niet altijd de richting uitgegaan die hij wenste. Voorbeelden:

  • De gewestvorming en de federalisering van België hield risico's in van verdere desintegratie.
  • De relatie met Zaïre die hij van groot belang achtte, vertroebelde en mondde uit op een openlijke breuk met het regime van president Mobutu.
  • De ontkerkelijking nam in de verschillende landsdelen aanzienlijk toe, in dezelfde periode waarin de koning zelf overtuigder werd van zijn katholieke geloof.
  • De federalisering knaagde aan de bevoegdheden van de koning en de evolutie naar een meer protocollaire monarchie leek onvermijdelijk.

De koning heeft zich hieraan aangepast en zich voornamelijk toegelegd op het aanwenden van zijn moreel gezag, dat zowel bij de verantwoordelijken als bij de bevolking groot was en in de loop der jaren toenam.

Wetenswaardigheden

  • Het nationale voetbalstadion van België (voorheen het Heizelstadion) werd na een grondige renovatie in 1995 hernoemd tot het Koning Boudewijnstadion.
  • Zelfs 15 jaar na het overlijden van Boudewijn kreeg koningin Fabiola nog steeds brieven gericht aan haar overleden echtgenoot.[4]
  • In de toespraak naar aanleiding van de Nationale feestdag van België van 2008 bracht koning Albert II zijn broer in herinnering.[4] Koning Filip deed hetzelfde tijdens zijn 21-julitoespraak van 2018.[5]
  • De astronomie behoorde tot de voornaamste hobby's van de koning. Samen met vrienden, zoals Georges van den Abeelen en Max Nokin kon hij vaak met kennis van zaken de sterrenhemel onder de loep nemen.
  • Koning Boudewijn eindigde in 2005 op nr. 2 in de Waalse versie van de verkiezing van De Grootste Belg en in de Vlaamse versie op nr. 16.
  • In de vroege stripalbums van Urbanus had Boudewijn vaak een rolletje. Hij werd er steevast voorgesteld met brede grijnsglimlach en in militair uniform, korte broek en met een veel te grote generaalspet. In het album De geboorte van Urbanus wordt hij zelf dooppeter van Vlaanderens populairste komiek.
  • Ook in de stripalbums Het Lodderhoofd (1960–1961) en De Man van Europa (1990) van Nero door Marc Sleen heeft hij een klein optreden.
  • Tijdens de jaren 1980 en 1990 imiteerde Kurt Van Eeghem koning Boudewijn vaak in sketches op de BRT.
  • Koning Boudewijn werd ook opgevoerd in de satirische strip Pest in 't Paleis (1983) door Guido van Meir en Jan Bosschaert als Boudewijn met de IJzeren Rug, een verwijzing naar de rugklachten van de vorst en de middeleeuwse graaf Boudewijn met de IJzeren Arm.
  • Midden jaren 90 kreeg hij postuum een wassen beeld bij Madame Tussauds in Londen. Hij is de enige Belg die er een beeld heeft.
  • De traditie wil dat de vorst peter is van de zevende jongen in een gezin; de vorst had verscheidene petekinderen maar zijn bekendste is ongetwijfeld auteur Bart Moeyaert.
  • Johan Anthierens, een overtuigd antimonarchist, schreef ooit een boek vol scherpe satirische essays en cartoons tegen koning Boudewijn en het Belgische hof: Brief aan een postzegel: Kritisch Koningsboek (1990). Het werk omvatte onder meer bijdragen van Herman Brusselmans, Gal, Zak, Erik Meynen, Benoît en Jan Bosschaert.

Voorouders

Boudewijn van België
Overgrootouders Filips van België (1837-1905)
∞ 1867
Maria van Hohenzollern-Sigmaringen (1845-1912)
Karel Theodoor in Beieren (1839–1909)
∞ 1874
Maria José van Bragança (1857–1943)
Oscar II van Zweden (1829–1907)
∞ 1857
Sophia van Nassau (1836–1913)
Frederik VIII van Denemarken (1843–1912)
∞ 1869
Louise van Zweden (1851–1926)
Grootouders Albert I van België (1875-1934)
∞ 1900
Elisabeth in Beieren (1876–1965)
Karel van Zweden (1861–1951)
∞ 1897
Ingeborg van Denemarken (1878–1958)
Ouders Leopold III van België(1901–1983)
∞ 1926
Astrid van Zweden (1905–1935)
Boudewijn van België (1930–1993)

Publicatie

  • 35 jaar Dialoog met de natie - Een keuze uit de koninklijke toespraken van 1951 tot 1986, Tielt, 1986

Literatuur

  • Robert Delmarcelle, Boudewijn. Koning der Belgen, Brussel, Lucien de Meyer, 1953
  • André Molitor, La fonction royale en Belgique, CRISP, Brussel, 1979
  • Anne van Yperseele, (ed.), "Wij koning der Belgen…” 150 jaar grondwettelijke monarchie, Brusselo, 1981
  • Pierre Wyvkens, Boudewijn: 1930 - 1960 - 1990, Brussel, Didier Hatier, 1989
  • Louis De Lentdecker, Boudewijn. 60 - 40, Lannoo, 1991
  • Johan Anthierens, Tricolore tranen. Boudewijn en het augustusverdriet, Breda, 1993
  • Louis De Lentdecker, Boudewijn, Het leven van een vorst 1930-1993, Tielt, 1993
  • Helena Buckinx, Ruim 40 jaar Koninklijke Toespraken door Koning Boudewijn, Antwerpen / Rotterdam, 1994
  • Leo Jozef Suenens, Koning Boudewijn. Het getuigenis van een leven, 1995
  • Prins van Lobcowicz, Boudewijn. Biografie. Eigenbrakel, J.M. Collet, 1995
  • Luc Putman, In dienst van koning Boudewijn (1964-1968), Merendree, 1997
  • Herman Liebaers, Koning Boudewijn in spiegelbeeld, Van Halewyck, 1998
  • Boudewijn, een koning en zijn tijd, Tielt, Lannoo/ Gemeentekrediet, 1998
  • José-Alain Fralon, Boudewijn, de man die geen koning wilde zijn, Antwerpen, Manteau, 2001
  • Emmanuel Gerard en Mark Van den Wijngaert, Boudewijn. Koning met een missie, 2018, ISBN 9789059089075

Zie ook